De kredietovereenkomst wordt aangegaan bij een door alle partijen ondertekende onderhandse akte.
De KBU verstrekt een door de KBU ondertekend afschrift van de kredietovereenkomst aan de kredietnemer.
Voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst wint de KBU, in het belang van de kredietnemer, informatie in over zijn financiële positie en beoordeelt de KBU, ter voorkoming van overkreditering van de kredietnemer, of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is.
De KBU gaat geen kredietovereenkomst aan met een kredietnemer indien dit, met het oog op het voorkomen van overkreditering van de kredietnemer, onverantwoord is.
De artikelen 1 3, eerste lid, 1 4, eerste lid, en 1 5, eerste lid, van het besluit zijn van overeenkomstige toepassing.