Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1.

Artikel 1.2

Definities

Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden gemeentegronden

Algemene Termijnenwet: de wet, waarin wordt aangegeven welke dagen er wel en welke dagen er niet meegerekend worden bij het ingaan of beëindigen van termijnen. Beslag: in bewaring/in bezit nemen van roerende en/of onroerende zaken als gevolg van de uitvoering van een rechterlijk vonnis. Canon: een jaarlijks terugkerende vergoeding voor het recht van erfpacht. Derdenbeding: beding ten behoeve of ten laste van een derde. Erfdienstbaarheid: is een last waarmee een onroerende zaak (dienend erf) ten behoeve van een andere onroerende zaak (heersend erf) is bezwaard. Erfpacht: een zakelijk recht dat de erfpachter de bevoegdheid geeft een gemeentelijke onroerende zaak te houden en te gebruiken, waarvoor de erfpachter een canon aan de gemeente verschuldigd is. Gemeente: onder gemeente wordt verstaan de gemeente Noordoostpolder. Grond: de in erfpacht uitgegeven grond die het object vormt van de erfpachtovereenkomst. Herzieningsperiode: de periode waarbinnen krachtens de erfpachtovereenkomst de canon niet zal worden aangepast, berekend vanaf de ingangsdatum. Hoofdelijk aansprakelijk: het niet slechts voor een evenredig deel van de schuld doch voor de gehele schuld aansprakelijk zijn. Ingebrekestelling: het officieel door een schriftelijke aanmaning verklaren, dat de erfpachter zijn aangegane verplichtingen niet is nagekomen. Ingebruikneming: het moment waarop de erfpachter voor het eerst feitelijk over de onroerende zaak beschikt door deze te betrekken, er feitelijke werkzaamheden in en op uit te voeren of er een afrastering omheen te zetten. Kadastrale aanwijs: het door vervreemder (eigenaar) en verkrijger (erfpachter) aanwijzen van de in erfpacht uitgegeven grond, waarna de inmeting van de aangewezen erfpachtgrenzen door de Landelijke Dienst Kadaster kan geschieden. Kettingbeding: een beding tussen eigenaar en erfpachter van een zaak, waarbij de erfpachter niet alleen een bepaalde verplichting op zich neemt, maar zich bovendien verplicht om dezelfde verplichting op te leggen aan zijn rechtsopvolgers, alsmede om zijn rechtsopvolgers te verplichten de bewuste verplichting weer aan hun rechtsopvolgers op te leggen. Kwalitatieve verplichtingen: de verplichting iets te dulden of niet te doen met betrekking tot een registergoed. Notariële akte: de voor erfpachtgunning vereiste akte van vestiging van de erfpacht. Onteigeningswet: wet waarbij de onteigening (= iemands eigendom ten behoeve van het algemeen belang, tegen schadevergoeding, aanwenden/overnemen) is geregeld. Onroerende zaak: de grond die het object van de erfpachtovereenkomst vormt waarbij deze algemene erfpachtvoorwaarden gemeentegronden behoren. Opstal: is een zakelijk recht om in, op of boven een onroerende zaak van een ander gebouwen, werken of beplantingen in eigendom te verkrijgen. Vervreemden: het verkopen en in andere handen overdragen. Vrij van hypothecair verband: het niet bezwaard/belast zijn met één of meerdere hypothe(e)k(en). Zakelijk recht: recht dat onmiddellijk beperkte heerschappij over een zaak (= voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten, bijvoorbeeld de grond) geeft. Voorbeelden van zakelijke rechten zijn erfdienstbaarheden en recht van opstal.

Rechtspraak bij dit artikel