Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 2.7

Ontbinding in geval van verontreiniging

Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden gemeentegronden

1.. Indien voor de datum van ondertekening van de notariële akte of, indien dat eerder is, voor de datum van de ingebruikneming van de onroerende zaak, zou blijken van aanwezigheid van voor het milieu gevaarlijke of niet aanvaardbare stoffen van zodanige aard, dat van de erfpachter in redelijkheid niet kan worden gevergd dat hij, zonder dat wordt gesaneerd, de onroerende zaak aanvaardt, heeft de erfpachter éénzijdig het recht de overeenkomst te ontbinden en de grond ter vrije beschikking van de gemeente te stellen, voorzover mogelijk in de toestand waarin deze zich bevond bij het aangaan van de erfpachtovereenkomst. 2.. Onder voor het milieu gevaarlijke of niet aanvaardbare stoffen worden niet verstaan: funderingsresten, puin of andere restanten van bouwkundige aard, noch stobben van bomen of struiken, noch de aanwezigheid van de draagkracht van de grond beïnvloedende omstandigheden. Op deze zaken heeft dit artikel derhalve geen betrekking.

Rechtspraak bij dit artikel