- Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Met de komst van de Wkb heeft het bevoegd gezag bij de toetsing van de aanvraag en het toezicht tijdens de bouw geen inhoudelijke rol meer met betrekking tot de bouwtechnische voorschriften en zal het bevoegd gezag niet meer toetsen of het aannemelijk is dat het bouwwerk hieraan voldoet. Dit wordt namelijk door marktpartijen gedaan. Het bevoegd gezag toetst nog wel aan welstand, ruimtelijke ordening en omgevingsveiligheid (zowel bij de toetsing van de aanvraag als tijdens de bouw). Daarnaast controleert het bevoegd gezag de risicobeoordeling die door een private partij geleverd wordt. Vervolgens blijft het bevoegd gezag verantwoordelijk voor de toezicht op de bestaande bouw.
1 Januari 2021 is de beoogde inwerkingtreding. De nieuwe wet geldt dan eerst alleen nog voor een bepaald type bouwwerken (“Gevolgklasse 1, gedefinieerd in artikel 1:35 Bouwbesluit). Na 1 januari 2024 wordt de werking mogelijk uitgebreid tot alle nieuwe bouwwerken.
-Omgevingswet
De komst van de Omgevingswet betekent dat er veel verandert. De wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. In de Omgevingswet staat de decentrale besluitvorming door de gemeente centraal. Gemeenten krijgen meer beleidsvrijheid en verantwoordelijkheid en meer mogelijkheden om lokale afwegingen te maken en rekening te houden met gezondheid en wensen van inwoners. Ook maakt de wet het mogelijk om beter in te spelen op actuele ontwikkelingen. De gemeenten krijgen hiervoor nieuwe (kern)instrumenten, die zij kunnen inzetten om hun doelen en ambities t.a.v. de fysieke leefomgeving te verwezenlijken, namelijk de omgevingsvisie, het programma en het omgevingsplan.
Een omgevingsvisie is een strategische visie, met ambities en beleidsdoelen, voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De gemeente stelt voor het gehele grondgebied 1 omgevingsvisie vast. Het programma bevat de uitwerking van beleid en bevat maatregelen die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving (omgevingswaarde). Er zijn verplichte (geluid en dreigende overschrijding van omgevingswaarden) en onverplichte programma’s. Het omgevingsplan neemt binnen de Omgevingswet een prominente rol in. De gemeente kan de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving, zoals beschreven in de omgevingsvisie, concreter maken door die ook stevig juridisch vast te leggen. Het omgevingsplan bevat juridisch bindende regels voor de gemeente en haar burgers en ondernemers. De regels kunnen betrekking hebben op de gehele gemeente of op slechts delen daarvan.
Met de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2021 moet een groot aantal rijksregels decentraal (in het omgevingsplan) worden geregeld, zoals verschillende milieuregels uit het Activiteitenbesluit. Deze specifieke rijksregels zijn opgenomen in de bruidsschat om te voorkomen dat er een juridisch gat ontstaat voor onderwerpen c.q. specifieke regels die tot het moment van inwerkingtreding landelijk geregeld werden, maar na inwerkingtreding van de Omgevingswet gedecentraliseerd zijn. Het Rijk verwacht namelijk niet van gemeenten om een omgevingsplan (waar deze onderwerpen voortaan in geregeld gaan worden) direct bij inwerkingtreding van de Omgevingswet vast te stellen. De gemeente krijgt wel de verantwoordelijkheid voor deze regels. De overgangsfase loopt van 2021 tot 1 januari 2029. In die tijd kunnen gemeenten keuzes maken over hoe én of deze tijdelijke regels worden opgezet.
Onder de Omgevingswet zullen de algemene rijksregels minder vergunningplichten voor activiteiten bevatten. Voor de meest voorkomende activiteiten, zoals milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten, geldt nog steeds een plicht om een omgevingsvergunning aan te vragen. De wetgever heeft op rijksniveau voor zoveel mogelijk activiteiten algemene regels gemaakt. Daardoor heeft de initiatiefnemer van een activiteit niet meer altijd toestemming nodig. Ten aanzien van de omgevingsvergunning wijzigt het volgende:
De reguliere procedure wordt standaard
De vergunning van rechtswege vervalt
Eén loket, gemeenten bij meervoudige aanvragen bevoegd gezag
Meldingen en aanvragen komen binnen via DSO, per mail of analoog
Nieuwe definities, begrippen en terminologie
Nieuwe aanvraagvereiste m.b.t. participatie
De ‘knip’ (en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, Wkb)
Omgevingsvergunning geen omgevingsdocument, wel verplichting na 5 jaar verwerken in het omgevingsplan
Nieuw toetsingskader inhoudelijke beoordeling en toezicht en handhaving.
In bijlage 1 is een nadere toelichting opgenomen van bovenstaande veranderingen. De gemeente heeft een Programmaplan Implementatie Omgevingswet opgesteld om bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet goed voorbereid te zijn.
-Wet aanpak woonoverlast
Per 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast in werking getreden. Door de wet heeft de burgemeester de mogelijkheid gekregen om specifieke gedragsaanwijzingen te geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen. Het vergroot de wettelijke mogelijkheden die gemeenten hebben in de aanpak van woonoverlast. In 2019 is voor het eerst met de Wet woonoverlast gewerkt en zijn de eerste ervaringen opgedaan. Ook in de aankomende jaren zal gewerkt worden met dit nieuwe instrumentarium.
-Wijziging Drank en horecawet (DHW)
Naar aanleiding van het Nationaal Preventieakkoord en de evaluatie van de DHW ligt er een wetsvoorstel om de DHW op een aantal punten te wijzigen. Zo worden prijsacties met meer dan 25% korting niet langer toegestaan en wordt wederverstrekking van alcohol door een meerderjarige aan een minderjarige strafbaar gesteld. Toezicht op prijsacties en alcoholverkoop via internet komt bij de Voedsel- en Warenautoriteit te liggen. De burgemeester blijft het bevoegd gezag voor 'reguliere' verkoop binnen de gemeente, bijvoorbeeld in horecagelegenheden, slijterijen en supermarkten. Daarnaast komt het Besluit eisen inrichtingen Drank- en horecawet grotendeels te vervallen en volstaat het Bouwbesluit. De wet krijgt ook een naamswijziging en gaat de Alcoholwet heten. Het wetsvoorstel wordt na internetconsultatie, die in maart 2019 heeft plaatsgevonden, voorbereid om aan de Tweede Kamer aan te bieden.
Naast bovenstaande wetswijziging is er nog een voorstel tot wijziging van de DHW, het initiatiefvoorstel-Ziengs Wet regulering mengformules. Met dit voorstel worden de mogelijkheden voor ‘blurring’ uitgebreid. Dit voorstel is in behandeling bij de Tweede Kamer.
-Wet regulering sekswerk (Wrs)
De Wet regulering sekswerk (lees verder: Wrs) heeft als doel om misstanden in de seksbranche tegen te gaan. De consultatieronde van dit wetsvoorstel is afgerond in december 2019 en gaat de verdere besluitvorming in. De Wrs brengt verschillende veranderingen met zich mee die van invloed zijn op het takenpakket van de gemeenten.
Zo komt er een vergunningplicht voor prostituees. Het voorstel is dat prostituees straks bij twaalf tot achttien, door de minister aangewezen, gemeenten een landelijke vergunning kunnen aanvragen voor de duur van vijf jaar. De aanvraag geschiedt mondeling bij een door de burgemeester aangewezen ambtenaar. Voor het seksbedrijf komt eveneens een landelijke vergunningplicht. De exploitant vraagt een vergunning aan bij de burgemeester in de gemeente waar de exploitant zijn bedrijf wil gaan uitoefenen. De vergunning voor een seksbedrijf kan voor één of meer seksinrichtingen worden verleend. De burgemeester beslist binnen twaalf weken op de aanvraag.
Met het toezicht in een gemeente op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet regulering sekswerk zijn door de burgemeester aangewezen ambtenaren en de aangewezen ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. De aangewezen ambtenaren mogen niet de ambtenaren zijn die aangewezen zijn voor het voeren van het vergunning gesprek. Daarnaast is de burgemeester bevoegd tot het opleggen van een bestuurlijke boete ter handhaving van enkele artikelen ten aanzien van de prostituee. De minister stelt beleidsregels op inzake toepassing van de boetebevoegdheid.
Er komt naast de vergunningplicht een landelijk register prostitueevergunningen en een landelijk register vergunningen seksbedrijven. In beide registers wordt iedere verleende vergunning ingeschreven onder een uniek nummer.
-Experimentenwet Rechtspleging
Diverse pilots met laagdrempelige, toegankelijke rechtspraak, zoals regelrechter, wijkrechter en schuldenrechter worden in 2020 voortgezet of geëvalueerd. De Experimentenwet Rechtspleging wordt in 2020 in het parlement behandeld. Na inwerkingtreding kunnen nieuwe experimenten starten met eenvoudigere procedures die conflicten niet op de spits drijven, maar partijen bij elkaar brengen en een echte oplossing voor het probleem bieden. Dergelijke projecten kunnen oplossingen bieden in overlastsituaties en burenruzies, waar vaak een beroep op de gemeente wordt gedaan, maar eigenlijk sprake is van civielrechtelijke conflicten. In de gemeente Den Haag is een proefproject ‘de Wijkrechter’ opgezet met de Rechtbank Den Haag (dit loopt tot januari 2020), waarbij de wijkrechter de wijken intrekt en inwoners helpt met conflicten.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3.1
Ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving
Onderdeel van Beleidsplan voor de uitvoering van VTH-taken Wabo en Apv+ Leidschendam-Voorburg