Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst op de wettelijke kaders die uiteengezet zijn in hoofdstuk 2. Hieronder wordt de werkwijze beschreven.
Bestemmingsplan
Iedere aanvraag wordt door een vergunningverlener getoetst aan de voorschriften van het vigerende bestemmingsplan dan wel het geldende planologisch regime.
Wanneer een aanvraag niet voldoet aan de gestelde voorschriften stelt de vergunningverlener een advies op voor de jurist van de afdeling Vergunningen. Deze jurist controleert dit advies op juistheid en overlegt indien benodigd met de Senior Vergunningverlener. Wanneer nodig wordt advies gevraagd aan de afdeling Ruimtelijke Ordening.
Welstand
De gemeenteraad heeft welstandscriteria en de wijze waarop getoetst wordt vastgesteld in de ‘Welstandsnota Leidschendam-Voorburg’. Iedere aanvraag voor het wijzigen van een bouwwerk wordt conform deze welstandsnota getoetst. Indien de aanvraag niet ambtelijk kan worden afgedaan, wordt deze voor advies voorgelegd aan de Welstandscommissie.
Bouwbesluit 2012
De gemeente Leidschendam-Voorburg toetst bouwwerken aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Het Bouwbesluit 2012 beschrijft de landelijk geldende voorschriften en technische eisen waaraan bouwwerken dienen te voldoen. Het is niet mogelijk om in alle gevallen volledig te toetsen aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Onder verantwoordelijkheid van de Vereniging BWT is daarom een toetsingsprotocol ontwikkeld; De Landelijke toetsmatrix Bouwbesluit 2012 (LTB 2012). Dit protocol is speciaal ontwikkeld om te kunnen differentiëren in toetsintensiteit (toetsniveaus) per onderdeel van het Bouwbesluit. De gemeente Leidschendam-Voorburg gebruikt het Landelijke toetsmatrix Bouwbesluit 2012 als uitgangspunt.
In het onderstaand schematische overzicht worden de verschillende toetsniveaus weergeven. Ook worden in dit schema de toetsniveaus uit de Landelijke toetsmatrix Bouwbesluit gekoppeld aan de Wabo risico-analyse van de gemeente Leidschendam-Voorburg (zie hoofdstuk 4).
Tabel 1: Overzicht van toetsniveaus uit de Landelijke toetsmatrix Bouwbesluit 2012 (LTB 2012)
Niveau
Toetsniveau
Prioriteit uit risico-analyse
Beschrijving
1
Snel toetsen
Zeer Laag
Dit is een uitgangspuntentoets. Er wordt getoetst of alle stukken beschikbaar zijn om de uitgangspunten van de aanvraag te kunnen beoordelen. De toets beperkt zich tot de aangeleverde stukken en is in feite een ontvankelijkheidstoets. Dit niveau is de minimale invulling die wordt toegepast wanneer de kans op risico’s klein is en de gevolgen zeer gering zijn.
2
Visueel toetsen
Laag
Kloppen de uitgangspunten en zijn de uitkomsten aannemelijk? Gecontroleerd wordt of de aangeleverde stukken ten aanzien van het betreffende aspect in de juiste vorm staan en of het aannemelijk is dat daarmee aan de eisen uit het Bouwbesluit voldaan wordt.
3
Representatief toetsen
Gemiddeld
Controle van de maatgevende onderdelen. Nagegaan wordt of de uitgangspunten juist zijn en of deze aannemelijk zijn. Maatgevende berekeningen worden gecontroleerd dan wel nagerekend.
4
Integraal toetsen
Hoog
Deze aspecten worden volledig getoetst, ook in samenhang met andere aspecten. Nagegaan wordt of de uitgangspunten juist zijn en de uitkomsten worden gecontroleerd en nagerekend.
Na de inwerkingtrede van de Wkb (zie hoofdstuk 2.3.1) zal de dus niet meer toetsen of bouwwerken voldoen aan de voorschriften van het Bouwbesluit, daar waar deze toetsing geprivatiseerd wordt. De nieuwe wet geldt eerst alleen nog voor de “Gevolgklasse 1 bouwwerken” (gedefinieerd in artikel 1:35 Bouwbesluit). Na 1 januari 2024 wordt de werking mogelijk uitgebreid tot alle nieuwe bouwwerken.
Bouwverordening
In de gemeentelijke ‘Bouwverordening Leidschendam-Voorburg 2012’ staan voorwaarden waaraan bouwwerken dienen te voldoen. Het grootste gedeelte hiervan is echter vervallen. Er zijn dan ook nog maar een paar relevante toetsingscriteria van toepassing in de gemeentelijke Bouwverordening.
Bibob
Bij sommige aanvragen moet rekening worden gehouden met de Bibob-toets. Bibob staat voor ‘Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur’. Met de Bibob-toets kan de gemeente onderzoek doen naar de partijen die een vergunning of subsidie aanvragen of participeren in een vastgoed/grondtransactie met de gemeente. Zo kan de gemeente voorkomen dat dat de gemeente criminele activiteiten faciliteert en wordt de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd. In de Bibob beleidslijn is de Bibob-toets nader uitgewerkt.
Apv en bijzondere wetten
De gemeente Leidschendam-Voorburg toetst ook of de betreffende aanvraag voldoet aan de voorschriften van de Apv en bijzondere wetten. In de Apv staat de gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid en milieu. Denk bijvoorbeeld aan plaatsen van voorwerpen in de openbare ruimte of een standplaatsvergunning. Daarnaast voorzien bijzondere wetten in de nodige kaders en voorschriften, zoals de Drank en Horeca Wet en de Wet op de kansspelen.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.1.2
Toetsingskaders
Onderdeel van Beleidsplan voor de uitvoering van VTH-taken Wabo en Apv+ Leidschendam-Voorburg