Na het uitvoeren van de documentanalyse (en het eventueel houden van overleg) zoals hierboven beschreven, gaan de toezichthouders, al dan niet integraal, het veld in om de toezichtscontrole uit te voeren. Zij gaan hierbij de gesprekken aan met betrokkenen. Bevindingen worden genotuleerd. Constateringen kunnen volgens een vaste structuur in een rapportage worden vastgesteld. De rapporten worden vervolgens in het zaaksysteem opgeslagen. Bij projectmatige of integrale controles wordt één rapport opgesteld waarin alles aan de orde komt.
Indien een overtreding wordt geconstateerd, wordt door de toezichthouder een ‘vervolgtaak’ aangemaakt (voor bijvoorbeeld een handhavingsjurist). Deze taak komt dan in de digitale werkbak terecht van degene die de vervolgtaak dient op te volgen. De taak verdwijnt pas uit de digitale werkbak op het moment dat deze ook daadwerkelijk is opgevolgd.
Indien geen overtreding wordt geconstateerd kan worden volstaan met een aantekening in het digitale systeem. Hierin wordt dan aangegeven wanneer de controle heeft plaatsgevonden, waarop is gecontroleerd en dat er geen overtredingen zijn geconstateerd.
Indien de controle heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een verzoek om handhaving en er wordt geen overtreding geconstateerd, moet vanwege het besluit dat volgt op het ingediende verzoek wel een rapport worden opgemaakt van de controle. Ook in het geval van een lopend handhavingstraject, waarbij tijdens een hercontrole geen overtredingen meer worden geconstateerd, wordt een rapport opgemaakt.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.3.2
Uitvoering toezicht ter plekke
Onderdeel van Beleidsplan voor de uitvoering van VTH-taken Wabo en Apv+ Leidschendam-Voorburg