In de begroting 2021 wordt de opbrengst van de onroerende zaakbelasting bepaald. In de paragraaf lokale heffingen is aangegeven wat de uitgangspunten zijn voor onroerende zaakbelasting. Omdat zowel de WOZ-waarden als de gewenste opbrengst voor 2021 wijzigen, moeten de tarieven worden aangepast.
In de tariefstelling is rekening gehouden met een waardestijging van de niet-woningen van 1% en bij de woningen met een waardestijging van 5,0%. Daarnaast is ook rekening gehouden met leegstand, vrijstellingen en areaaluitbreiding. Dit leidt tot onderstaande tarieven:
Tarieven
2021
2020
Gebruiker niet-woningen
0,1431%
0,1435%
Eigenaar niet-woningen
0,1782%
0,1788%
Eigenaar woningen
0,1143%
0,1190%
Voor alle belanghebbenden gaat de aanslag gemiddeld met ongeveer 1% omhoog. De daadwerkelijke stijging kan voor iedere belanghebbende verschillen. Dit is afhankelijk van de individuele waarde wijziging van de individuele objecten.
Reden van de heffing
Algemeen dekkingsmiddel ter dekking van de gemeentelijke uitgaven.