Indien de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen tot stand is gekomen met de reguliere voorbereidingsprocedure als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:
krijgt de vergunninghouder voordat een omgevingsvergunning voor de betreffende activiteit wordt ingetrokken de gelegenheid om binnen een redelijke termijn een zienswijze naar voren te brengen (conform artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht) en hierin aan te geven welk belang zij hebben bij het in standhouden van de vergunning. Deze redelijke termijn is bepaald op 4 weken.
het college neemt na de ontvangst van het in lid 1 bedoelde zienswijze een besluit over het al dan niet intrekken van de omgevingsvergunning voor de betreffende activiteit conform deze beleidsregels.
het besluit om de omgevingsvergunning in te trekken wordt bekendgemaakt door toezending aan vergunninghouder. In het elektronisch bekendmakingenblad van de gemeente wordt mededeling gedaan van het besluit tot intrekking van de vergunning.
Indien het besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is voorbereid met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure als bedoeld in paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt het besluit tot intrekking van de omgevingsvergunning voorbereid met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.15 Wabo. Hierbij geldt dat het besluit bekend wordt gemaakt door toezending aan vergunninghouder en dat de mededeling van het besluit tot intrekking wordt gedaan in het elektronisch bekendmakingenblad van de gemeente.
Artikel 4
– Procedure
Onderdeel van Beleidsregels intrekken omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen