Naar hoofdinhoud
1.. De rechten als bedoeld onder in artikel 2, onder a, worden geheven van degene die overeenkomstig de bestemming gebruik maakt van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. 2.. De belasting als bedoeld in artikel 2, onder b, wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, dan wel degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, aanwezig zijn. 3.. In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid wordt, in geval de gemeente een vergunning heeft verleend, het recht of de belasting geheven van degene, aan wie de daartoe vereiste vergunning is verleend of van de opvolger in de vergunning, tenzij blijkt dat hij niet het bedoelde gebruik maakt of het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Heffingstijdvak

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel