Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Definities

Onderdeel van Speelautomatenhallenverordening Almere 2020

1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. aanwezigheidsvergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel 30b, eerste lid, van de wet; b. beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast, ook wel leidinggevende of bedrijfsleider genoemd. c. exploitant/ondernemer: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert. d. vergunning voor exploitatie speelautomatenhal: vergunning als genoemd in artikel 2, lid 1 van deze verordening; e. kansspelautomaat: een toestel ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen; f. nadere regels: door de burgemeester vastgestelde regels zoals genoemd in artikel 3, lid 4 van deze verordening; g. openbare weg: alle voor het openbare rij- en ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen en zijkanten en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; h. slecht levensgedrag: voor deze verordening wordt hiervoor verwezen naar hetgeen hierover is gesteld in artikel 4 van het Speelautomatenbesluit. i. Speelautomatenbesluit: Speelautomatenbesluit 2000; j. speelautomatenhal: een inrichting bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelen te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid onder b van de Wet; k. de Wet: de Wet op de kansspelen; l. Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel