1. De burgemeester trekt de vergunningen in als:
a. niet langer wordt voldaan aan de eisen die bij of krachtens deze verordening zijn bepaald;
b. de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag getuigt, onder curatele staat of bewind is ingesteld over één of meer aan hen toebehorende zaken;
c. de vrees bestaat dat het van kracht blijven van de vergunningen gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid, de volksgezondheid, het woon en leefklimaat of de zedelijkheid in of in de nabijheid van de speelautomatenhal;
d. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan en naar het oordeel van de burgemeester voldoende aannemelijk is dat die strijdigheid niet zal worden opgeheven;
e. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob;
f. op verzoek van de exploitant.
2. De burgemeester kán de vergunningen intrekken als:
a. blijkt dat de vergunningen op grond van door de exploitant verstrekte onjuiste of onvolledige informatie er een ander besluit op de aanvraag zou zijn genomen als bij het nemen daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
b. de beheerder(s) in enig opzicht van slecht levensgedrag getuigt, onder curatele staat (staan) of bewind is ingesteld over één of meer aan hen toebehorende zaken, en daarop niet per direct* door de vergunninghouder maatregelen zijn genomen om het beheer te wijzigen.
c. wordt gehandeld in strijd met aan de verleende vergunningen en/of de daaraan verbonden voorschriften en beperkende voorwaarden;
d. voor de exploitatie van de speelautomatenhal tevens een andere vergunning is vereist en deze vergunning is ingetrokken;
e. de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken en geen feitelijke bedrijfsvoering is geconstateerd.
3. Ten aanzien van speelautomatenhallen waarvan de vergunning ingevolge het eerste lid onder c van dit artikel wordt ingetrokken kan tevens worden bepaald dat een vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal voor de desbetreffende locatie gedurende een bepaalde termijn van maximaal vijf jaar kan worden geweigerd.
*Onder per direct wordt verstaan: binnen vier weken nadat 1 van deze feiten zich heeft voorgedaan en bij de ondernemer bekend mag worden verondersteld.