Naar hoofdinhoud

Artikel 15

Vergunningsvoorschriften

Onderdeel van Nadere regels standplaatsen Papendrecht 2020

Aan standplaatsvergunningen worden de volgende voorschriften verbonden: de vergunninghouder maakt persoonlijk gebruik van de vergunning; een vaste standplaats dient wekelijks te worden ingenomen. de vergunninghouder die wegens ziekte of vakantie de standplaats niet zal innemen, dient de behandelend ambtenaar daarvan te informeren. de vergunninghouder mag zich bij de exploitatie van de standplaats niet laten vervangen door een ander, tenzij hij in het bezit is van een ontheffing, afgegeven door het college; de standplaats mag alleen worden ingenomen voor het te koop aanbieden van goederen, het verkopen of verstrekken van goederen, dan wel het aanbieden van diensten, zoals in de vergunning omschreven; afvalbakken, parasols, (sta)tafels en andere objecten ten behoeve van de verkoop vallen binnen de oppervlakte van de standplaats; vrije doorgang van het publiek en het verkeer mag niet worden gehinderd; gedurende het innemen van de standplaats moet de omgeving van de standplaats een schoon en ordelijk aanzien hebben. Na afloop van de verkoopactiviteiten moet de standplaats en directe omgeving schoon worden opgeleverd. Eventuele schoonmaakkosten komen voor rekening van de vergunninghouder; er wordt geen gebruik gemaakt van luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het geluid. Het aanwezig hebben van radiotoestellen en dergelijke toestellen, anders dan voor verkoop, is evenmin toegestaan; het veroorzaken van schade, hinder of overlast is niet toegestaan; in de verkoopwagen waar gas, stroom of vuur wordt gebruikt, dient een deugdelijk poederbrand-blusapparaat van minstens 6kg aanwezig te zijn; aanwijzingen en/of bevelen van de politie, brandweer of daartoe aangewezen ambtenaren dienen te worden opgevolgd; de vergunninghouder is aansprakelijk voor alle schade welke het gevolg kan zijn van het innemen van de standplaats, zoals het niet afdekken van kabels of het lekken van (afval) stoffen vanuit de verkoopwagen en vrijwaart de gemeente voor alle aanspraken van derden; de vergunninghouder is verplicht voldoende verzekerd te zijn tegen vorderingen tot schadevergoeding waartoe hij als gebruiker van een verkoopinrichting krachtens wettelijk aansprakelijkheidsbepalingen kan worden verplicht wegens aan derden toegebrachte schade; bij evenementen of werkzaamheden kan de standplaats niet worden ingenomen. Er wordt dan samen met de gemeente gezocht naar een alternatief. Is dat er niet, dan kan de standplaats niet worden ingenomen. Voor deze dag/periode wordt er geen vergoeding voor gemeentegrond in rekening gebracht; indien de vergunninghouder gebruik maakt van (stroom)kabels die over het trottoir moeten liggen, dan moet hij om veiligheidsredenen de kabels afdekken met rubberen matten; eventueel aanwezige brandkranen en andere bluswaterwinplaatsen dienen te worden vrijgehouden voor blusvoertuigen, en wel zodanig dat hiervan onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt; afvalwater, plantaardige of dierlijke oliën of vet dat vrijkomt bij de bereiding of bewerking van voedingsmiddelen mag niet in het openbaar riool worden gebracht of uitlekken over de openbare ruimte; belediging en/of bedreiging door de vergunninghouder tegen medewerkers van of handelend namens de gemeente is verboden.

Rechtspraak bij dit artikel