Naar hoofdinhoud
1.. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan degene die zich gedraagt in strijd met artikel 2:1, 2:29, 2:30, 2:42, 2:43, 2:44, 2:45 of 2:50 en/of een aan de openbare orde gerelateerd delict pleegt een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste twaalf weken te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben plaatsgehad (verblijfsontzegging). 2.. De burgemeester beperkt het verbod, als dat in verband met persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is. 3.. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel