Naar hoofdinhoud
1.. Het college kent een individuele voorziening toe voor zover in het ondersteuningsplan zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt vastgesteld dat de jeugdige: op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden waaronder mede verstaan wordt het kunnen oplossen van zijn hulpvraag door middel van gebruikelijke hulp; geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door het, al dan niet gedeeltelijk, in te zetten van gebruikelijke hulp, zoals bedoeld in artikel 1, of geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening, zoals bedoeld in artikel 1, of geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening, zoals bedoeld in artikel 1. 2.. Het college bepaalt bij nadere regeling wanneer er sprake is van gebruikelijk en bovengebruikelijke zorg op basis van artikel 2.3 lid 1 van de Jeugdwet en artikel 2.9 lid 1 van de Jeugdwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel