Naar hoofdinhoud
1.. Uitgangspunt van de deelnemende gemeenten is continuïteit van de samenwerking en de gemeenschappelijke regeling. 2.. De gemeenschappelijke regeling kan bij eensluidend besluit van de colleges van de deelnemende gemeenten en na verkregen toestemming van de raden van de deelnemende gemeenten worden gewijzigd. 3.. Het bestuur adviseert de colleges met betrekking tot (mogelijke) wijziging van de gemeenschappelijke regeling. 4.. Het bestuur zal bij tussentijdse wijziging een voorstel doen voor het regelen van de wijzigingen van de regeling en, indien en voor daarvan sprake is, consequenties daarvan voor deze regeling.

Rechtspraak bij dit artikel