Naar hoofdinhoud
1.. Uitgangspunt van de deelnemende gemeenten is continuïteit van de samenwerking en deze regeling. De gemeenten streven dan ook, in het kader van het landelijke, provinciale en regionale beleid ter zake, naar regionale uniformering en blijvende samenwerking met betrekking tot afval- en grondstoffen (in de brede zin van het woord) en de taken en doelstellingen zoals vervat in en beoogd met deze regeling. 2.. Indien de ontwikkelingen in een deelnemende gemeente hiertoe aanleiding geven, kan één van de deelnemende gemeenten uit de gemeenschappelijke regeling die wil uittreden, dat kenbaar maken met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste twee jaar. 3.. De uittreding vangt aan met toezending van een daartoe strekkende collegebesluit door de betreffende gemeente aan de andere gemeenten en aan het bestuur. 4.. Na ontvangst van het in het tweede lid genoemde voornemen stelt het bestuur in goed overleg een liquidatieplan op. 5.. Het liquidatieplan voorziet in de afwikkeling van de gemeenschappelijke regeling in technisch, organisatorisch en financieel opzicht. 6.. De kosten van uittreding worden bepaald volgens de uitgangspunten van het dienstverleningshandvest en/of de dienstverleningsovereenkomst. 7.. Het bestuur benoemt een commissie, als bedoeld in artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die de financiële verplichtingen als gevolg van de uittreding alsmede de gevolgen van deze uittreding vaststelt. Indien kosten zijn gemoeid met het opstellen van het liquidatieplan, komen deze voor rekening van de uittredende deelnemer.

Rechtspraak bij dit artikel