Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Tijdsperiode tijdelijke standplaats

Onderdeel van Tijdelijke beleidsregel COVID-19: venten en standplaatsen

Een tijdelijke standplaats op grond van deze beleidsregels kan alleen worden aangevraagd ten aanzien van de periode waarbij de landelijke en regionale maatregelen omtrent COVID-19 van kracht zijn. De tijdelijke standplaats kan voor ten hoogste 7 dagen achtereen (met uitzondering van zondag) worden ingenomen met een maximum van 14 dagen per kalenderjaar. Het college heeft in individuele gevallen de mogelijkheid om gemotiveerd af te wijken van de termijnen zoals neergelegd in lid 2.

Rechtspraak bij dit artikel