Om marktvorming in de directe omgeving van een standplaatslocatie te voorkomen, wordt een straal van ca. 100 meter aan gehouden als gebied waarbinnen geen andere standplaatslocatie kan worden aangewezen.
Daarnaast wordt bij nieuw in te nemen standplaatsen bekeken of er geen oneerlijke concurrentie ontstaat. In de praktijk betekent dit dat een bloemenkraam niet voor een bloemenwinkel zal komen te staan of een viskraam niet voor een viszaak. Op het moment dat een standplaats al vergund is en er komt een winkel leeg te staan tegenover de standplaats, dan behoudt de standplaatshouder de vergunning. Ook als de winkel exact hetzelfde verkoopt als de standplaatshouder. Dit aangezien de standplaatshouder al een vergunning heeft en de eigenaar / uitbater van de winkel er op dat moment bewust voor kiest om zich daar te vestigen, terwijl de standplaats er is.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.3