De vergunningen zijn persoonsgebonden, wat betekent dat de vergunninghouder zelf de standplaats moet innemen en hij of zij zijn/haar rechten niet aan een ander kan overdragen. Uitzondering hierop vormt de overdracht van de vergunning aan een echtgeno(o)te, partner of bloed- of aanverwant in de eerste graad. Bij overdracht in de eerst graad geldt dat de uitgangspunten van het nieuwe beleid gehanteerd worden en in dat geval de vergunning wordt verleend voor 5 jaar.
Wanneer de vergunning aan een rechtspersoon is verleend, dan moet de standplaats ingenomen worden door een natuurlijk persoon, die een overwegende invloed heeft op de bedrijfsvoering en het besluitvormingsproces binnen de rechtspersoon. De naam van deze persoon wordt vermeld in de vergunning.
Niet naleving van deze voorschriften kan ertoe leiden dat de vergunning, nadat de vergunninghouder is gehoord, wordt ingetrokken.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.5