Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot:
het verlenen van algemene bijstand dan wel het verlenen van een bedrijfskrediet ingevolge artikel 2, eerste respectievelijk tweede lid van het Bbz 2004;
het voortzetten van de algemene bijstand ingevolge de Participatiewet gedurende de voorbereidingsperiode van ten hoogste 12 maanden, zoals bepaald in artikel 2, derde lid van het Bbz 2004;
het verlenen van een bedrijfskrediet ingevolge artikel 17 van het Bbz 2004 voor de (gedeeltelijke) betaling van een bedrijfsschuld;
het herzien of intrekken van het toekenningsbesluit ingevolge artikel 54 van de Participatiewet;
het terugvorderen van ten onrechte verleende bijstand of uitkering zoals neergelegd in de artikelen 58 tot en met 60 van de Participatiewet;
het terugvorderen van bijstand of bedrijfskapitaal zoals neergelegd in de artikelen 58 tot en met 60 van de Participatiewet.
HOOFDSTUK 1
Artikel 2