Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.
Indien het college of de coördinator vaststelt dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kan het college besluiten handhavend op te treden.
Bij grove nalatigheid of recidive kan het college strafrechtelijke handhaving in gang zetten.
Indien de werkzaamheden niet op de overeengekomen data worden gestart of uitgevoerd, vervalt de verleende instemming, tenzij er tijdig een gegronde reden wordt medegedeeld, met in acht name van de maximale geldigheidsduur van het instemmingbesluit en ter beoordeling van het college.
Het college is bevoegd de werkzaamheden stil te leggen, indien er wordt gewerkt:
zonder voorafgaande melding, als bedoeld in artikel 5 van deze verordening;
in strijd met het in het instemmingsbesluit opgenomen tijdstip van aanvang of voltooiing, de wijze van uitvoering of andere van toepassing verklaarde voorschriften.
Artikel 14
Toezicht en handhaving
Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI Beesel 2008)