De criteria waaraan inzet van vast en flexibel cameratoezicht verbonden zijn luiden als volgt:
**1..** Er is sprake van verstoring van de openbare orde of er is gevaar dat verstoring van de openbare orde ontstaat.
**2..** Er is een evenwichtige verhouding tussen inzet van cameratoezicht en de geconstateerde criminaliteit en overlast.
**3..** Er wordt voorafgaand aan inzet afgewogen of het geformuleerde doel met alternatieve (minder ingrijpende) maatregelen behaald kan worden.
**4..** Publiek cameratoezicht is onderdeel van een breder pakket aan maatregelen die zijn getroffen om openbare ordeverstoring tegen te gaan.