Naast de Basisregistratie Personen (BRP) staan de gemeente andere bronnen ter beschikking om nabestaanden op te sporen.
Ontving de overledene een uitkering of een voorziening van de gemeente, dan kunnen deze dossiers ook aanknopingspunten opleveren. Levert dit onderzoek geen nabestaande(n) op, dan geeft de burgemeester opdracht voor de lijkbezorging.
In het dossier staat welke nabestaanden op welke wijze zijn gezocht en benaderd en wat hun reactie is geweest op een verzoek om voor de uitvaart zorg te dragen.
Beleidsregel 3
Het onderzoek naar de eventuele nabestaanden strekt zich bij de gemeente niet verder uit dan tot en met de tweede graad van bloedverwantschap. Om te bepalen welke nabestaanden het eerst in beeld komen, wordt bij de erfrechtelijke rangorde aangesloten (zie artikel 4:10-12 BW).
Beleidsregel 4
Als na onderzoek blijkt dat er nabestaanden zijn, dan worden zij verzocht de uitvaart ter hand te nemen. Hoewel de nabestaanden niet verplicht zijn om de uitvaart te regelen, is het uitgangspunt van de Wlb wel dat de uitvaart een particuliere verantwoordelijkheid is.
Beleidsregel 5
Indien er geen opdracht voor de uitvaart gegeven wordt en het onderzoek geen of niet voldoende aanknopingspunten biedt, kan de gemeente besluiten de woning van de overledene door minimaal twee, daartoe gemachtigde ambtenaren te doorzoeken.
Huisbezoek
In de Wlb staan geen regels over het bezoek aan de woonruimte van de overledene. Het huisbezoek beperkt zich echter tot het zoeken en veiligstellen van:
belangrijke documenten uit de administratie (uitvaartverzekering, codicil, polissen e.d.);
testament;
contant geld
veiligstellen van bezittingen waaruit de uitvaart bekostigd kan worden
Beleidsregel 6
Blijkt uit de inspanningen van de gemeente dat er vermoedelijk geen opdracht voor de uitvaart wordt gegeven, dan geeft de gemeente zelf opdracht.
Beleidsregel 7
In afwijking van beleidsregel 5 verzoekt de gemeente geen nabestaanden, die gedetineerd zijn of in het buitenland wonen, de uitvaart te verzorgen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.4