Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Berekening van de subsidie

Onderdeel van Uitvoeringsregel subsidiering voorschoolse voorzieningen en -educatie

Het subsidiebedrag bestaat uit meerdere componenten: Reguliere peuterplaatsen voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: De gemeente bekostigt 2 dagdelen per week (8 uur per week) en maximaal 40 weken per jaar. Gemeente gaat uit van een eigen bijdrage van ouders gebaseerd op het tarief kinderopvangtoeslag/ eigen bijdrage bij een modaal inkomen dat €1 per uur bedraagt. De subsidiabele uurprijs betreft de jaarlijks vastgestelde maximale uurprijs door het ministerie. Subsidiëring vindt plaats op basis van deze subsidiabele uurprijs na aftrek van €1 eigen bijdrage van ouders. Als het uurtarief van de kinderopvangorganisatie de jaarlijks door het ministerie vastgestelde maximale uurprijs overstijgt, dan is dat overstijgende deel voor rekening van ouders. Als ouders meer dan 2 dagdelen af willen nemen, betalen zij voor dat deel de volledige uurprijs die de kinderopvangorganisatie hanteert. Als de kinderopvangorganisatie niet in staat is 2 dagdelen (8 uur) per week aan te bieden, dan komen zij niet in aanmerking voor een gesubsidieerde peuterplaats. Indien er sprake is van een wachtlijst of een wenperiode dan kan de peuter alvast één dagdeel in de week starten. Dit dagdeel wordt gesubsidieerd mits deze situatie maximaal 2 maanden na het bereiken van de leeftijd van 2,5 jaar duurt. Indien deze termijn overschreden dreigt te raken, treedt de kinderopvangorganisatie tijdig in overleg met gemeente over de oorzaak. Betreft dit (te) late inschrijving door ouders (nadat de peuter 2 jaar en 3 maanden is), dan kan gemeente besluiten de termijn te verlengen en vindt financiering op basis van verminderd aangeboden dagdelen plaats. Wordt de termijn overschreden als gevolg van organisatorische redenen, dan kan gemeente besluiten niet nader te financieren. VVE peuterplaatsen voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: De peuter heeft een VVE- indicatie, afgegeven door jeugdgezondheidszorg (JGZ). De JGZ geeft standaard een ‘basisindicatie’ van 16 uur per week af. Als direct of na enige tijd van inzet VVE blijkt dat deze omvang voor de desbetreffende peuter ontoereikend is, kan de JGZ een aanvullende indicatie voor een aantal uren afgeven. De gemeente bekostigt 16 uur verdeeld over minimaal 3 dagdelen per week en maximaal 40 weken per jaar. In geval van een aanvullende indicatie worden de aan de indicatie verbonden extra uren gesubsidieerd. De subsidiabele uurprijs betreft de jaarlijks door de lokale kinderopvangorganisatie vastgestelde uurprijs voor deelname aan de voorschoolse voorziening. Subsidiëring vindt plaats op basis van deze subsidiabele uurprijs na aftrek van de eigen bijdrage van ouders. De eigen bijdrage van ouders komt overeen met de eigen bijdrage behorende bij het laagste inkomen van de kinderopvangtoeslagtabel. Als de kinderopvangorganisatie niet in staat is 16 uur per week een VVE plaats aan te bieden, dan komen zij niet in aanmerking voor een gesubsidieerde peuterplaats. Indien er sprake is van een wachtlijst of een wenperiode dan kan de peuter alvast enkele dagdelen in de week starten. Deze dagdelen worden gesubsidieerd mits deze situatie maximaal duurt tot de dag dat de peuter 2,5 jaar wordt. Indien deze termijn overschreden dreigt te raken, treedt de kinderopvangorganisatie tijdig in overleg met gemeente over de oorzaak. Betreft dit (te) late inschrijving door ouders (nadat de peuter 2 jaar en 3 maanden is), dan kan gemeente besluiten de termijn te verlengen en vindt financiering op basis van verminderd aangeboden dagdelen plaats. Wordt de termijn overschreden als gevolg van organisatorische redenen, dan kan gemeente besluiten niet nader te financieren. VVE peuterplaatsen voor ouders die wel recht hebben op kinderopvangtoeslag: De peuter heeft een VVE- indicatie, afgegeven door jeugdgezondheidszorg (JGZ). De JGZ geeft standaard een ‘basisindicatie’ van 16 uur per week af. Als direct of na enige tijd van inzet VVE blijkt dat deze omvang voor de desbetreffende peuter ontoereikend is, kan de JGZ een aanvullende indicatie voor een aantal uren afgeven. Ouders bekostigen 2 dagdelen (8 uur) per week via de kinderopvangtoeslag. Subsidie is gebaseerd op 16 uur per week minus de 8 uur per week die ouders via de kinderopvangtoeslag bekostigen en maximaal 40 weken per jaar. In geval van een aanvullende indicatie worden de aan de indicatie verbonden extra uren gesubsidieerd. De subsidiabele uurprijs betreft de jaarlijks door de lokale kinderopvangorganisatie vastgestelde uurprijs voor deelname aan de voorschoolse voorziening. Subsidiëring vindt plaats op basis van deze subsidiabele uurprijs na aftrek van de eigen bijdrage van ouders. De eigen bijdrage van ouders komt overeen met de eigen bijdrage behorende bij het laagste inkomen van de kinderopvangtoeslagtabel. Als de kinderopvangorganisatie niet in staat is 16 uur per week een VVE plaats aan te bieden, dan komen zij niet in aanmerking voor een gesubsidieerde peuterplaats. Indien er sprake is van een wachtlijst of een wenperiode dan kan de peuter alvast enkele dagdelen in de week starten. Deze dagdelen worden gesubsidieerd mits deze situatie maximaal duurt tot de dag dat de peuter 2,5 jaar wordt. Indien deze termijn overschreden dreigt te raken, treedt de kinderopvangorganisatie tijdig in overleg met gemeente over de oorzaak. Betreft dit (te) late inschrijving door ouders (nadat de peuter 2 jaar en 3 maanden is), dan kan gemeente besluiten de termijn te verlengen en vindt financiering op basis van verminderd aangeboden dagdelen plaats. Wordt de termijn overschreden als gevolg van organisatorische redenen, dan kan gemeente besluiten niet nader te financieren. Een vaste vergoeding per peuter met een VVE-indicatie. De kinderopvangorganisaties ontvangen een vaste vergoeding naar rato van € 1.000 per jaar voor de peuters in de gemeente Beesel met een VVE-indicatie. Deze vergoeding geldt voor peuters van ouders die gebruik maken van de kinderopvangtoeslag en voor ouders die in aanmerking komen voor een gesubsidieerde peuterplaats. Het betreft een vergoeding voor o.a. extra kindgebonden tijd, deelname aan werkgroepen en overleggen en voor het volgen van opleidingen. Bekostiging van opleiderskosten valt hier buiten. Komt het totaalbedrag per VVE-locatie binnen de brede school uit op minder dan € 2.500, dan subsidieert de gemeente de minimumvergoeding van € 2.500. Dit betreft een vergoeding voor de vaste kosten die de kinderopvangorganisatie maakt om VVE op deze locatie te kunnen bieden. Hiermee dragen we bij aan behoud van VVE aanbod in iedere brede school.

Rechtspraak bij dit artikel