Het college besluit ambtshalve tot kwijtschelding in de volgende gevallen:
Geheel of gedeeltelijke kwijtschelding van bedrijfskapitaal
wettelijk mogelijk is in die gevallen zoals beschreven in artikel 42, 43 en 43a tot en met 43d van het Bbz.
Indien na beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep een deel van de lening resteert en deze niet met toepassing van het vorige lid onder hypothecair verband is verleend, wordt in het geval van niet verwijtbaarheid het resterende deel van de lening vanaf de beëindiging renteloos gemaakt. In het geval van een renteloos gemaakte lening dient gedurende de periode van vijf jaar na beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep 50 procent van het netto inkomen boven de bijstandsnorm, besteed te worden voor aflossing van deze lening.
Indien bedrijfskapitaal verstrekt is volgens de artikelen 22 of 26 van het Bbz en dit volgens artikel 3 van het Bbz niet 'om niet' verstrekt kan worden, bedraagt de terugbetalingsperiode maximaal 10 jaar na beëindiging van de uitkering op grond van het Bbz. Deze termijn kan na schriftelijk verzoek met maximaal drie jaar worden verlengd. Na het voldoen van de afgesproken aflossingsbedragen kan het restant worden kwijtgescholden.
Er geen sprake is van vermogen waarmee de vordering geheel of gedeeltelijk kan worden voldaan.
Als alle zekerheden zijn uitgewonnen.
Het college gaat niet over tot kwijtschelding als er sprake is van dwanginvordering.
Artikel 10
Ambtshalve kwijtschelding bedrijfskapitaal
Onderdeel van Beleidsregels Besluit bijstandverlening zelfstandigen gemeente Stadskanaal 2020