Deze verordening verstaat onder:
Sociale huurwoning: Huurwoningen met een huurprijs onder de liberalisatiegrens van € 737,14 (prijspeil 2020). Kan zowel door corporaties als particulieren worden aangeboden.
Sociale/Goedkope koopwoning: een koopwoning met een koopprijs vrij op naam (VON) van ten hoogste € 200.000,- die in aanmerking komt voor een lagere sociale grondprijs per m2. Indexering van deze VON-prijs vindt jaarlijks plaats. Indien deze woning een lagere energieprestatie coëfficiënt (EPC) heeft, of een ‘nul op de meter woning’ betreft, dan wat op dat moment wettelijk volgens het Bouwbesluit vereist is, dan kan de maximale koopprijs vrij op naam met maximaal € 20.000 worden verhoogd.
Middenhuur woning: Geliberaliseerde woning voor middenhuur: huurwoning met een aanvangshuurprijs van tenminste het bedrag, bedoeld in art. 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag en ten hoogste een bedrag van € 950,00. Gemeentelijke indexering van deze maximale huurprijsgrens gebeurt aan de hand van de Consumenten Prijs Index (CPI) van het CBS, vanaf 1 januari 2019 (jaarmutatie).
Onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke niet door één persoon of één huishouden kan worden bewoond, zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte (zoals een eigen voordeur, keuken, toilet en badkamer), welke voorzieningen gedeeld worden met anderen, met uitzondering van een kamer in een verzorgings- of verpleeghuis.
Gebruiksoppervlakte: gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580, hierna te noemen gbo, is de bruikbare vloeroppervlakte, geschikt voor het beoogde gebruik.
Huishouden: een huishouden, bestaande uit een natuurlijk persoon en zijn niet duurzaam gescheiden echtgenoot of geregistreerd partner, of degene die met hem een gezamenlijke huishouding voert of zal gaan voeren in de te huren of aan te kopen woning, niet zijnde kinderen of pleegkinderen conform artikel 4 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
Huishoudeninkomen: (gezamenlijke) verzamelinkomen(s) als bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van het huishouden, of, wanneer geen inkomstenbelasting wordt geheven, het belastbare loon krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 in het peiljaar.
Ingezetene: natuurlijk persoon deel uitmakende van het huishouden die de afgelopen 2 jaar woonachtig is geweest in de gemeente Woudenberg of de laatste 15 jaar 8 jaar achtereenvolgend in de gemeente Woudenberg heeft gewoond en hiervoor een bewijs uit de gemeentelijke Basisadministratie kan aanleveren.
Starter: een ingezetene waar alle leden van het huishouden die alleen dan wel gezamenlijk met elkaar of een ander nooit eerder een zelfstandige koopwoning in eigendom hebben gehad en hiervoor een bewijs kunnen aanleveren (bijvoorbeeld een bewijs uit het Kadaster).
Huurder: een ingezetene, niet zijnde een onderhuurder, die een sociale huurwoning of een middenhuur woning in de gemeente Woudenberg achterlaat.
Artikel 1