Naar hoofdinhoud
Er is voor het sortiment van heesters en vaste planten onderscheid in een hoogwaardige en basisinrichting, dit is gerelateerd aan de verschillende gebieden. Er geldt een nazorgperiode van 3 jaar. 3.5.1 Geveltuinen Max 2 tegels breed; Omsloten door opsluitband óf gekantelde tegels; Minimale vrije doorloopruimte 1,2 m resteren. 3.5.2 Heesters en bodembedekkers Helling ondergrond maximaal 1:3; Minimale grootte beplantingsvakken: Heesters > 1,5 minimaal 40m2; Heesters < 1,5 minimaal 10 m2; Geen opgaande heesters nabij kruispunten, overgangen of oversteken i.v.m. zichtbaarheid. Maximale hoogte op zichthoeken is 0,75 m; Geen vegetaties met doornen plaatsten langs fietspaden; Bij heesters altijd kiezen voor een goed sluitende beplanting met zo mogelijk bodembekkende eigenschappen; Bladhoudend sortiment wordt altijd met kluit geplant; Bladverliezend sortiment kan, als het seizoen het toelaat zonder kluit worden geplant; De eerste plantrij staat altijd 0,3 m uit de rand van het plantvak; Plantvakken worden standaard 0,4 m tot 0,5 m losgewerkt en vrijgemaakt van puin en overige ongewenste materialen; Bij kruispunten en oversteekplaatsen rekening houden met het zicht van de weggebruikers. 3.5.3 Hoogwaardig (dorpsgezicht, winkelcentra) Beplantingstypen: Vaste planten (geen éénjarigen), minimaal 5 m2; Bol en knolgewassen; Wisselperken, minimaal 2 m2; Struikachtigen, Bodembedekkers (inboetpercentage 10%); Rozen; Bloembakken (éénjarigen toegestaan); Bij hoogwaardige inrichting wordt altijd gekozen voor soorten met een bijzondere sierwaarde. Aspecten van de sierwaarde kunnen zijn: bloeiwijze, bladvorm, bladkleur, vruchten, groeivorm; Bloembakken worden alleen toegepast in de winkelgebieden; Bij alle beplantingstypen genoemd onder ‘hoogwaardig’ gebruik maken van een startbemesting. 3.5.4 Basis Bij Basis inrichting wordt gekozen voor een standaard sortiment; Het gaat hier om functioneel groen. Sierwaarde is hiervan minder belang. Basiseis blijft dat de beplanting een gesloten beeld geeft; Beplantingstypen: struikachtigen, bosplantsoen (75% boomvormers), bodembedekkers. 3.5.5. Sober (gebiedsontsluitingswegen) Beplantingstype: struikachtige, bosplantsoen, bodembedekkers; Zoveel mogelijk inheemse soorten toepassen; Minimaal 75% boomvormers; Bij een sobere inrichting wordt gekozen voor standaard sortiment; Beheerbaarheid van de beplantingen is een belangrijke technische en ontwerpmatige eis bij de sobere inrichting; Beplanting moet zoveel mogelijk machinaal te onderhouden zijn.

Rechtspraak bij dit artikel