Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 18.

Verlaging uitkering Participatiewet bij weigeren uitkering IOAW/IOAZ

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Bbz 2004, IOAW en IOAZ Terschelling 2021

Het college is op grond van artikel 20 van de IOAW en artikel 20 van de IOAZ bevoegd de uitkering blijvend of tijdelijk te weigeren als een belanghebbende inkomen uit arbeid had kunnen verwerven, maar dit nalaat. Dit is een discretionaire bevoegdheid van het college. De vraag of een verlaging moet worden toegepast, zal pas aan de orde komen als het college zich een oordeel heeft gevormd over de eventuele weigering van de uitkering. Deze beoordeling gaat in beginsel voor. Als het college concludeert dat van een weigering geen sprake is, kan op grond van deze verordening een verlaging worden toegepast. Als het college besluit tot blijvende of tijdelijke weigering van de IOAW- of IOAZ uitkering kan, als de belanghebbende nadien recht heeft op een uitkering op grond van de Participatiewet, op grond van deze verordening een verlaging op die uitkering worden toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel