Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 4.

Afzien van uitvoering van verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Bbz 2004, IOAW en IOAZ Terschelling 2021

1. Het college ziet af van een verlaging als: a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of b. de gedraging meer dan één jaar voor constatering van die gedraging door de belanghebbende heeft plaatsgevonden. 2. Het voert een verlaging niet uit als het daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 3. Als op grond van dringende redenen een verlaging niet wordt uitgevoerd, wordt de belang hebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. Ondanks dat geen verlaging wordt uitgevoerd telt de verwijtbare gedraging wel mee voor recidive.

Rechtspraak bij dit artikel