Voor individuele bijzondere bijstand komt in aanmerking de belanghebbende met:
een minimuminkomen en een bescheiden vermogen, of
een inkomen boven het minimuminkomen en bescheiden vermogen voor zover de kosten zijn draagkracht te boven gaan.
Voor de draagkracht bij bijzondere bijstand wordt meegenomen, tenzij hiervan in deze beleidsregels uitdrukkelijk wordt afgeweken:
30% van het inkomen boven het minimuminkomen, en
het volledige vermogen boven het bescheiden vermogen.
Bij de berekening van de draagkracht wordt de eventuele individuele inkomenstoeslag van belanghebbende buiten beschouwing gelaten.
De draagkracht wordt berekend voor een periode van maximaal vierentwintig maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin de eerste kosten zijn gemaakt.
In afwijking van het vierde lid wordt voor belanghebbenden die minimaal de pensioengerechtigde leeftijd hebben en voor belanghebbenden zonder arbeidsperspectief de draagkracht eenmalig vastgesteld, onder de voorwaarde dat deze personen wijzigingen in het inkomen en vermogen doorgeven.
Periodieke bijzondere bijstand wordt toegekend voor een periode van maximaal 12 maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gemaakt.
De berekende jaardraagkracht wordt volledig aangewend.
In afwijking van het vijfde lid kan het College de draagkracht voor bewindvoering vaststellen voor een periode van maximaal 5 jaar als:
sprake is van schuldenbewind; of van het ontbreken van draagkracht gedurende een onderbewindstelling; en
de komende vijf jaar geen uitzicht is op inkomensverbetering; en
de bewindvoerder is aangesloten bij een branchevereniging voor professionele bewindvoerders. De draagkrachtperiode eindigt uiterlijk op de einddatum die genoemd in de beschikking bewindvoering.
** 9. .** In afwijking van het achtste lid kan periodieke bijzondere bijstand voor bewindvoering worden toegekend voor een periode van maximaal 60 maanden.
Indien de bijstand voor eenmalige kosten in de vorm van leenbijstand wordt verleend komt de draagkracht tot uitdrukking in de hoogte van het aflossingsbedrag.
Bij een ingrijpende wijziging in de vastgestelde financiële situatie tijdens een draagkracht-periode wordt de vastgestelde draagkracht uit inkomen of vermogen herberekend en getoetst aan het eerste en tweede lid. Indien niet meer wordt voldaan aan deze criteria wordt het recht ingetrokken en beëindigd.
Het ontbreken van (voldoende) reserveringsruimte, in verband met vrijwillige aflossing van schulden, wordt niet aangemerkt als een bijzondere omstandigheid, op grond waarvan bijzondere bijstand kan worden verstrekt.
Bij de vaststelling van de hoogte van de bijzondere bijstand wordt uitgegaan van de goedkoopst mogelijke adequate voorziening.
Artikel 3