Het college verstrekt gedurende de overgangsperiode een tegemoetkoming aan ouder(s) met een minimuminkomen, een bescheiden vermogen en één of meer ten laste komende, schoolgaande kinderen van 4 tot en met 17 jaar.
De vergoeding is gericht op het bevorderen van deelname van kinderen aan de samenleving. De vergoeding is bedoeld voor diverse kosten zoals onder andere sport/cultuur, internet, schoolkosten, computer/laptop.
De vergoeding bedraagt:
a. € 100,00 voor kinderen die op 1 januari 2026 4 tot en met 11 jaar zijn;
b. € 175,00 voor kinderen die op 1 januari 2026 12 tot en met 17 jaar zijn.
Kinderen die tussen 1 januari 2026 en 1 augustus 2026 vier jaar worden, ontvangen de vergoeding als bedoeld onder lid 3, onderdeel a, volledig.
De vergoeding wordt altijd volledig en in één keer uitbetaald. Er vindt geen naar-rato berekening plaats.
De vergoeding wordt ambtshalve verstrekt aan ouder(s) die:
a. in december 2025 een bijstandsuitkering ontvingen; én
b. in 2025 een aanvraag voor een kindregeling hebben gedaan en toegekend hebben gekregen.
Het college betaalt deze vergoeding vóór 1 maart 2026 uit.
Ouder(s) die tussen 1 januari 2026 en 1 augustus 2026 een bijstandsuitkering toegekend krijgen, ontvangen de vergoeding ambtshalve bij toekenning van de uitkering.
a. Ouder(s) zonder bijstandsuitkering kunnen een aanvraag indienen indien zij op de aanvraagdatum een minimuminkomen en een bescheiden vermogen hebben.
b. Het inkomen en vermogen wordt vastgesteld per eerste dag van de maand waarin de aanvraag is gedaan.
c. Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 1 januari 2026 t/m 31 juli 2026. d. Bij een toekenning wordt altijd het volledige bedrag uitgekeerd.
Artikel 20