De kosten van de aanschaf, vervanging en reparatie van duurzame gebruiksgoederen, zoals bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de wet, behoren tot de algemene kosten van het bestaan en komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking, tenzij;
de kosten noodzakelijk zijn en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en;
de kosten het gevolg zijn van een onvoorzienbare noodzaak en;
indien reservering niet of onvoldoende mogelijk is geweest en;
belanghebbende geen beroep kan doen op zijn eigen netwerk, de sociale omgeving en/of een voorliggende voorziening.
De bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt in beginsel in de vorm van een lening verstrekt.
In afwijking van het tweede lid kan bijzondere bijstand om niet worden verstrekt indien sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 6 lid 2 van deze beleidsregels.
De hoogte van de bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt vastgesteld aan de hand van de prijzen conform de NIBUD prijzengids.
Het college bevordert de aanschaf van tweedehands duurzame gebruiksgoederen door de belanghebbende voorlichting te geven over de omvang van de aflossingsperiode en op welke wijze de duurzame gebruiksgoederen aangeschaft kunnen worden.
Indien een geldlening als bedoeld in het tweede lid wordt verstrekt, stemt het college de aflossingsbedragen en de duur van de aflossing mede af op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende.
Voor de berekening van de draagkracht wordt 100% van het inkomen boven de voor belanghebbende relevante bijstandsnorm meegenomen.
Het vermogen boven anderhalf keer de voor belanghebbende relevante bijstandsnorm, wordt volledig als draagkracht aangemerkt.
Artikel 10