Naar hoofdinhoud
De gemeente Ameland heft ook van dagtoeristen toeristenbelasting. De belastingplichtige kan zowel een natuurlijk persoon als een lichaam zijn. Onder de laatstgenoemde categorie valt ook de gemeente zelf voor de door haar geëxploiteerde ondernemingen. Eerste lid Indien een niet ingezetene Ameland per vliegtuig bereikt wordt de toeristenbelasting geheven van degene die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf op de dag van aankomst. Afhankelijk van de situatie en gemaakte afspraken omtrent facturering havengeld is dit de vliegtuigmaatschappij die het vliegtuig beschikbaar stelt aan degene die verblijf houdt, de piloot als gebruiker van het toestel, of degene die als eigenaar met zijn eigen vliegtuig op Ameland landt en verblijf houdt. Tweede lid Indien de oversteek van Holwerd naar Nes wordt gemaakt met rederij Wagenborg, wordt de belasting geheven middels de reder Wagenborg. De directeur van Wagenborg (de reder), alsmede door hem/haar aan te wijzen medewerkers, zijn uit doelmatigheidsoverwegingen door de gemeente als belastingplichtige in de zin van artikel 224 lid 2 Gemeentewet aangemerkt. De reder ontvangt één aanslag toeristenbelasting, die gebaseerd is op het door de reder aan te leveren aantal reizigers. De reder is vervolgens bevoegd om de belasting middels het bootkaartje van de individuele toerist te verhalen. Indien de oversteek van Holwerd naar Nes wordt gemaakt met andere vervoerders, als watertaxi’s, rondvaartbedrijven en dergelijke, wordt de belasting geheven via het vervoersbedrijf, in het algemeen zijnde de eigenaar van het betreffende vaartuig. Indien een niet ingezetene Ameland bereikt via de passantenhaven “’t Leije Gat”, wordt de toeristenbelasting geheven middels de havenmeester van “’t Leije Gat”. De havenmeester, alsmede door hem/haar aan te wijzen medewerkers, zijn uit doelmatigheidsoverwegingen door de gemeente als belastingplichtige in de zin van artikel 224 lid 2 Gemeentewet aangemerkt. De havenmeester ontvangt één aanslag toeristenbelasting, die gebaseerd is op het door de havenmeester aan te leveren aantal passanten. De havenmeester is vervolgens bevoegd om de belasting middels een toeslag op het liggeld van de individuele passant/toerist te verhalen. Derde lid De belasting wordt geheven van ieder die gelegenheid tot overnachting biedt en dit doet tegen de ontvangst van een vergoeding. In het vervolg van de verordening wordt deze persoon steeds aangeduid als ‘de belastingplichtige’. De belastingplichtige kan zowel een natuurlijk persoon als een lichaam zijn. Onder de laatstgenoemde categorie valt ook de gemeente zelf voor de door haar geëxploiteerde ondernemingen. Degene die tegen vergoeding gelegenheid tot overnachten biedt, doch die, omdat zijn eigen bedrijf geheel volgeboekt is, zijn gasten elders onderbrengt en hiervoor een vergoeding ontvangt, wordt eveneens als belastingplichtige aangemerkt. Uit de tekst blijkt dat iemand die meerdere verblijfsaccommodaties beheert, voor het totaal aantal overnachtingen belastingplichtig is. Onder ‘hem ter beschikking staande ruimten of terreinen’ vallen ook ruimten of terreinen bij derden waarover hij op afroep beschikking kan krijgen. Ook deze staan hem ter beschikking. Vierde lid Ingevolge artikel 224, tweede lid, van de Gemeentewet mag de belastingplichtige de belasting als zodanig doorberekenen aan zijn gasten en wel als een extra bedrag dat boven de normale verblijfskosten in rekening wordt gebracht. Zie in dit verband ook HR 8 oktober 1993, nr. 15 101, Belastingblad 1994, blz. 5 (Marken). Vijfde lid Het vijfde lid bepaalt dat degene die verblijf houdt zelf belastingplichtig is, indien er geen belastingplichtige is aan te wijzen als bedoeld in artikel 3, derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel