Een subsidieaanvraag wordt beoordeeld op grond van de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de realisatie van de in artikel 3 genoemde doelen. Daarbij geldt meer concreet dat subsidie kan worden toegekend als uit de aanvraag voldoende blijkt dat:
de activiteiten gericht inzetten op het duurzaam:
verhogen van de kwaliteit van de uitvoering van voor- en vroegschoolse educatie met effectief gebleken programma’s;
bevorderen van de deskundigheid van pedagogisch medewerkers en leerkrachten;
intensivering van de samenwerking met ouders, met als doel een educatieve thuissituatie te stimuleren;
intensivering van de samenwerking tussen VVE-aanbieder, basisscholen en externe partners.
De inzet moet voldoen aan de wettelijke eisen voor de GOAB-middelen.
De inzet leidt beargumenteerd tot een hogere kwaliteit van de uitvoering van VVE, bijvoorbeeld door deskundigheidsbevordering, inzet van effectieve(re) methodes voor het verbeteren van de taal- en spraakontwikkeling, samenwerking met cultuur of bibliotheek voor het vergroten van de ouderbetrokkenheid bij ouders.
Het projectplan wordt in samenwerking tussen VVE-aanbieder en basisschool opgesteld.
De subsidie mag niet gebruikt worden voor taken die VVE-aanbieders en scholen al uitvoeren in het kader van de voorschoolse educatie of vanuit de onderwijsachterstandsmiddelen van het onderwijs.
Artikel 5
Toetsingsgronden
Onderdeel van Nadere regels Kwaliteitsregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie 2021-2022