Naar hoofdinhoud
Een subsidieaanvraag wordt beoordeeld op grond van de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de realisatie van de in artikel 3 genoemde doelen. Daarbij geldt meer concreet dat subsidie kan worden toegekend als uit de aanvraag voldoende blijkt dat: de activiteiten gericht inzetten op het duurzaam: verhogen van de kwaliteit van de uitvoering van voor- en vroegschoolse educatie met effectief gebleken programma’s; bevorderen van de deskundigheid van pedagogisch medewerkers en leerkrachten; intensivering van de samenwerking met ouders, met als doel een educatieve thuissituatie te stimuleren; intensivering van de samenwerking tussen VVE-aanbieder, basisscholen en externe partners. De inzet moet voldoen aan de wettelijke eisen voor de GOAB-middelen. De inzet leidt beargumenteerd tot een hogere kwaliteit van de uitvoering van VVE, bijvoorbeeld door deskundigheidsbevordering, inzet van effectieve(re) methodes voor het verbeteren van de taal- en spraakontwikkeling, samenwerking met cultuur of bibliotheek voor het vergroten van de ouderbetrokkenheid bij ouders. Het projectplan wordt in samenwerking tussen VVE-aanbieder en basisschool opgesteld. De subsidie mag niet gebruikt worden voor taken die VVE-aanbieders en scholen al uitvoeren in het kader van de voorschoolse educatie of vanuit de onderwijsachterstandsmiddelen van het onderwijs.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel