1 De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de
openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd
of verwijderd.
2 Het college maakt tevoren aan de rechthebbende als bedoeld in
het eerste lid haar besluit bekend over te gaan tot het doen
aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als
bedoeld in het eerste lid.
3 Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet
1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet
Privaatrecht.
Hoofdstuk › Paragraaf 6
Artikel 2.1.6.9
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening De Bilt 2007