Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
vergunning van de burgemeester.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 weigert de
burgemeester de vergunning indien de vestiging of
exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een
geldend bestemmingsplan.
Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet
voorzover de horeca een nevenactiviteit is van de
winkelactiviteit, voor zowel de winkel als het
horecabedrijf gelden de sluitingstijden de
Winkeltijdenwet.
Voorts geldt het eerste lid niet voor een horecabedrijf
in:
a zorginstellingen;
b musea;
c stationsrestauraties;
d sport- of jeugdorganisaties;
e welzijnsorganisaties;
f buurt- of dorpshuizen.
5 In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1.5.1 beslist de
burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook
betrekking heeft op een of meer bij het horecabedrijf behorende
terrassen voorzover deze zich op de weg bevinden over de
ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras.
6 Onverminderd het gestelde in het tweede lid kan de
burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming van
die weg ten behoeve van een of meer bij een horecabedrijf
horende terrassen weigeren:
a indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan
wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
doelmatig en veilig gebruik daarvan;
b indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het
doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
7 Het bepaalde in het vijfde en zesde lid geldt niet, voorzover
in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
beheer Rijkswaterstaatwerken of de Wegenverordening provincie
Utrecht 2004.
Hoofdstuk › Paragraaf 3 › Paragraaf 1
Artikel 2.3.1.2
Exploitatievergunning
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening De Bilt 2007