Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › AFDELING 4

Artikel 2.4.19

Gevaarlijke honden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening De Bilt 2007

1 Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het terrein van een ander: a anders dan kort aangelijnd nadat het college de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat zij die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt. b anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het college de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat zij die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en zij een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt. 2 In afwijking van artikel 2.4.17, aanhef en onder c, geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat een hond voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet-verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of buikwand. 3 In het eerste lid wordt verstaan onder: a muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Regeling agressieve dieren b kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte, gemeten van hals tot halsband, die niet langer is dan 1,50 meter. 4 Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve dieren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel