1 Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het
oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de
iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is de
rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven,
verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen
termijn:
a indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;
b de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;
c of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of
zodanig te behandelen dat
verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.
2 Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering
van geheel ontschorst iepenhout en
iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm., voorhanden of in
voorraad te hebben of te vervoeren.
Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.
Hoofdstuk › Paragraaf 3
Artikel 4.3.8
Bestrijding iepziekte
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening De Bilt 2007