Er hoeft geen vervoersvoorziening verstrekt te worden als er sprake is van een algemeen gebruikelijke vervoersbehoefte. Hieronder wordt in principe verstaan het vervoer van thuiswonende minderjarige kinderen of het vervoer van partners. In dat geval worden de ouder(s) of partner geacht het vervoer te verzorgen. Wel moet in de concrete situatie onderzocht worden of de algemeen gebruikelijke ondersteuning ook daadwerkelijk kan worden geboden. Factoren die hier een rol kunnen spelen zijn:
de vervoersbehoefte bestaat op tijdstippen dat degene die het vervoer zou kunnen verzorgen werkt;
degene die het vervoer zou kunnen verzorgen beschikt niet over een eigen vervoermiddel dat geschikt is om de cliënt te vervoeren;
degene die het vervoer zou kunnen verzorgen beschikt niet over een rijbewijs;
degene die het vervoer zou kunnen verzorgen is vanwege eigen beperkingen niet in staat de persoon te begeleiden in het openbaar vervoer of op andere wijze te vervoeren.
Dit betekent dat in zulke situaties (aanvullende) ondersteuning noodzakelijk kan zijn.
Daarnaast bestaat er ook geen aanspraak op een maatwerkvoorziening als de voorziening zelf aangemerkt kan worden als een algemeen gebruikelijke vervoersvoorziening. Voorbeelden hiervan zijn:
een fiets, inclusief een fiets met elektrische trapondersteuning, tandem, aankoppelfiets, fietszitje of fietsaanhanger, bakfiets, zijwieltjes aan een fiets;
een snorfiets, spartamet, brommer en scooter;
een vergoeding die iemand betaalt voor het gebruik van het vervoermiddel van een derde;
de eigen auto;
de kosten van het behalen van een (brommer)rijbewijs;
zittend ziekenvervoer bij bepaalde aandoeningen. Ook een hiervoor verschuldigde eigen bijdrage is algemeen gebruikelijk.
Of een fietsachtige voorziening algemeen gebruikelijk is, hangt onder andere af van de leeftijd van de cliënt. Zo zijn zijwieltjes bij een volwassene niet algemeen gebruikelijk. Een fiets met trapondersteuning voor kind jonger dan 16 jaar is evenmin algemeen gebruikelijk. Vanaf 16 jaar wel. Hierbij wordt conform geldende jurisprudentie overwogen dat de fiets in de reguliere handel verkrijgbaar is en qua prijs niet afwijkt van een brommer, die voor personen vanaf 16 jaar algemeen gebruikelijk is.
Ook kunnen de kosten van bijvoorbeeld het gebruik van een eigen auto niet algemeen gebruikelijk zijn als de auto ook gebruikt moet worden voor afstanden die een ander normaal gesproken per fiets of lopend aflegt.
Bij de vraag of er sprake is van een algemeen gebruikelijke voorziening moet ook altijd gekeken voor naar de individuele situatie waarin de cliënt verkeert (zie ook hoofdstuk 1). Als de cliënt stelt dat hij de voorziening niet kan betalen (bijvoorbeeld op grond van zijn inkomen of vanwege schulden) dient hij dit aan te tonen.
De kosten van het gebruik van het openbaar vervoer zijn eveneens algemeen gebruikelijk.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf
Artikel 35.
Algemeen gebruikelijk
Onderdeel van Uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning Enkhuizen 2020