Uitgangspunt is, dat een woning wordt aangepast waar een cliënt zijn hoofdverblijf heeft. Er kunnen zich echter situaties voordoen met minderjarige kinderen met een beperking waarbij van dit uitgangspunt in het belang van het kind afgeweken moet worden.
Als ouders voor co-ouderschap hebben gekozen, heeft het minderjarige kind feitelijk 2 adressen waar hij zijn hoofdverblijf heeft. Van co-ouderschap wordt gesproken als het kind ten minste 2 nachten per week op het adres van beide ouders verblijft. Aanpassing van beide woningen kan dan aan de orde zijn, zodat het kind in beide woningen kan wonen. Of aanpassing van beide woningen noodzakelijk is, zal verder op dezelfde manier worden beoordeeld als de woningaanpassing van 1 woning. Zo wordt daarbij onder andere beoordeeld in hoeverre verhuizing een optie is. Maar ook in hoeverre de ouder die een andere woning heeft betrokken al rekening heeft kon houden met de beperking van het kind en een adequate woning is gaan bewonen. Als het kind na aanvang van het co-ouderschap pas een beperking heeft gekregen dan speelt dit aspect uiteraard niet. Per kind en per situatie zal beoordeeld moeten worden wat voor het kind noodzakelijk is.
Bezoekregeling voor één van de ouders
Het hoofdverblijf van het minderjarige kind zal moeten voldoen om het kind te laten wonen op dit adres. Afhankelijk van hoe de bezoekregeling is vormgegeven, kan worden onderzocht of er noodzaak is om het bezoekadres aan te passen, zodat het kind er kan slapen en verzorgd kan worden (logeerbaar). Is er sprake van een bezoekregeling waarbij het kind niet overnacht in de woning van de andere ouder, dan kan worden volstaan met het bezoekbaar maken van de woning, zoals ook gebeurt als een kind in een instelling verblijft.
Het logeerbaar maken van de woning waar het kind niet zijn hoofdverblijf heeft wil niet altijd zeggen dat bijvoorbeeld ook de doucheruimte wordt aangepast of dat er een aparte slaapkamer nodig is. De noodzaak hiervoor wordt individueel vastgesteld.
Het kind heeft het hoofdverblijf in een instelling
Als het kind (dat kan in dit geval ook een volwassen kind zijn) het hoofdverblijf heeft in een instelling, moet het kind in de gelegenheid zijn de ouders thuis te bezoeken. Bij co-ouderschap kan het noodzakelijk zijn beide woningen aan te passen, zodat het kind beide ouders kan bezoeken.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf
Artikel 53.
Aanpassing van een tweede woning bij gescheiden ouders
Onderdeel van Uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning Enkhuizen 2020