Onder monitoring verstaan we het bewaken van het beleid door bij te houden wat de resultaten van de uitvoering zijn, zoals de activiteiten die we hebben uitgevoerd en de overtredingen die we hebben geconstateerd. Om te kunnen monitoren, is het van belang dat de doelen van het handhavingsbeleidsplan meetbaar zijn opgesteld.
Volgens artikel 10.6 van de Mor moet ten behoeve van de monitoring tenminste gekeken worden naar:
uitgevoerde controles;
geconstateerde overtredingen;
opgelegde bestuurlijke sancties;
processen-verbaal;
over mogelijke overtredingen ontvangen klachten.
Monitoring van handhavingsactiviteiten vindt daarom plaats op de volgende punten:
Het aantal te controleren vergunningen
Het aantal uitvoerde controles en hercontroles;
Het aantal ingediende meldingen en handhavingsverzoeken;
Het aantal bestuursrechtelijke trajecten (bestuursdwang/dwangsom/ ingetrokken vergunningen en andere sancties);
Het aantal invorderingsbeschikkingen;
Het aantal zaken bezwaar, beroep, hoger beroep en voorlopige voorzieningen;
Het aantal ontvangen klachten ten aanzien van (vermeende) overtredingen.
Aan de hand van monitoringsinformatie wordt in de eerste plaats bepaald of de jaarlijkse doelstellingen uit het jaarlijkse uitvoeringsprogramma zijn behaald en of activiteiten bijdragen aan de meer strategische doelstellingen uit het beleid.
Hoofdstuk 14
Artikel 14.2