Naar hoofdinhoud
Technische voorschriften Bouwbesluit Bij de behandeling van vergunningaanvragen worden keuzes gemaakt ten aanzien van diepgang van de toetsing. De overheid kan immers niet alles altijd toetsen en behoort dat ook niet te doen, omdat de verantwoordelijkheid primair bij de aanvrager zelf ligt. Uitvoerders van activiteiten hebben de plicht zich aan de regels te houden. De casemanager2 Overeenkomstig de terminologie in de kwaliteitscriteria 2.1 wordt van een casemanager gesproken indien de vergunningenprocedure betrekking heeft op meervoudige aanvragen waarbij sprake is van een complexe situatie. of vergunningverlener van de ODMH kan zich daarom, namens Gouda, beperken tot het toetsen van die zaken die het meest risicovol zijn. Dit kan gaan om branches of activiteiten waarbij de kans op overtreding van de wet groter is (zoals asbestsaneringen), en/of om onderwerpen die tot grote negatieve effecten kunnen leiden (constructieve veiligheid en brandveiligheid). Uitgangspunt hierbij zijn de aan de verschillende gebouwcategorieën toegekende toetsniveau’s3 Toetsniveau 1 = Uitgangspuntentoets (bevatten de stukken voldoende informatie over de uitgangspunten); toetsniveau 2 = Visueel toetsen (kloppen de uitgangspunten en lijken de uitkomsten aannemelijk); toetsniveau 3 = Representatief toetsen van de maatgevende onderdelen; toetsniveau 4 = Volledig toetsen (alles in samenhang controleren). van de Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit 2012. Zo wordt de kans dat risicovolle activiteiten worden gemist, verkleind en wordt eveneens voorkomen dat veel tijd en energie gestoken wordt in activiteiten of uitvoerders die niet of nauwelijks tot risico’s leiden. Dit uitgangspunt heeft geleid tot differentiatie in bijvoorbeeld de urenbesteding per project (verschillende kentallen bij verschillende soorten activiteiten of bouwsommen), zoals terug te vinden is in het Productenboek BWT van de ODMH. De aanvrager is en blijft verantwoordelijk voor het indienen van een correcte aanvraag. De eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager vormt dan ook het hoofduitgangspunt van het voorliggende beleid. Aan de hand van de ingediende aanvraag toetsen de vergunningverleners van de afdeling BWT of het aannemelijk is dat de activiteiten aan de wettelijke eisen zal voldoen. De intensiteit van de toetsing wordt onder meer afhankelijk gesteld van het type activiteit. Een aanvraag voor de bouw van een tuinhuisje vraagt een andere benadering dan een appartementengebouw of een ziekenhuis. Bij risicovolle sloop, waarbij asbest betrokken is of waar kwetsbare naastgelegen panden aanwezig zijn, vindt een grondiger toetsing plaats dan bij niet-risicovolle sloop. De beoordeling van de brandveiligheidsaspecten van een grote middelbare school wordt diepgaander uitgevoerd dan wanneer het gaat om een woongebouw met zelfredzame bewoners.

Rechtspraak bij dit artikel