Naar hoofdinhoud
Gemeenten gebruiken de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) bij het beoordelen van bepaalde aanvragen om een omgevingsvergunning. Deze wet biedt de mogelijkheid om gebruik te maken van een extra weigerings- en intrekkingsgrond van vergunningen. Met toepassing van de Wet Bibob wordt voorkomen dat criminele activiteiten onbedoeld worden gefaciliteerd door het verlenen van omgevingsvergunningen. Dit is aan de orde, wanneer het gevaar bestaat dat met de vergunning strafbare feiten gepleegd worden of dat uit strafbare feiten verkregen geld benut wordt. In de werkafspraken tussen de ODMH en de gemeente Gouda is vastgelegd dat het initiatief voor beoordelingen in het kader van de Wet Bibob bij Gouda ligt. Dat wil zeggen dat Gouda, waar nodig, aan het bureau BIBOB van het Ministerie van Justitie vraagt om te onderzoeken of er een kans bestaat dat een vergunning misbruikt wordt of misbruikt zal worden voor criminele activiteiten. Het onderzoek leidt tot een BIBOB-advies, waarin de kans op malafide praktijken wordt weergegeven. De gemeente deelt vervolgens de resultaten mee aan de ODMH. De ODMH heeft wel een signalerende functie. Indien aanvragen om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden ingediend voor bouwwerken waarin potentieel risicovolle activiteiten worden ontplooid, neemt de ODMH contact op met de gemeente. Het gaat dan onder meer om risicocategorieën die gevoelig worden geacht voor criminele invloeden zoals kamerverhuurbedrijven en logiespanden, horecabedrijven, coffeeshops, prostitutiebedrijven, darkrooms, seksbioscopen en sekswinkels, erotische massagesalons, escortbedrijven, smartshops, growshops, speelautomatenhallen en gamecenters.

Rechtspraak bij dit artikel