De aanvraag voor een omgevingsvergunning komt vrijwel altijd binnen via het OLO bij de ODMH. Initiatiefnemers mogen een aanvraag ook op papier indienen. De papieren aanvraag wordt dan door de ODMH gescand en in ons digitale systeem geplaatst.
Bij een aanvraag om vergunning wordt na ontvangst eerst gekeken of alle gegevens aanwezig zijn die nodig zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen. Dit is de zogeheten ontvankelijkheidstoets. De minimaal bij een aanvraag in te dienen stukken zijn beschreven in onder andere de Regeling Omgevingsrecht. Bij de ontvankelijkheidstoets hoort ook dat wordt gekeken welke activiteiten er mogelijk nog meer nodig zijn om de gewenste plannen te realiseren. Als iemand bijvoorbeeld een huis wil bouwen, kan naast een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen ook toestemming voor het afwijken van het bestemmingsplan nodig zijn. Soms moet bovendien toestemming worden gevraagd voor het kappen van een boom en het aanleggen van een uitweg/inrit. In deze fase wordt de aanvrager zo volledig mogelijk geïnformeerd over deze aspecten.
Per activiteit wordt vervolgens beoordeeld of alle gegevens die nodig zijn om de aanvraag inhoudelijk te kunnen beoordelen ook daadwerkelijk aanwezig zijn. Als dat niet zo is wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de aanvullende gegevens alsnog in te dienen. De standaard termijn die hiervoor gehanteerd wordt is vier weken, maar in voorkomende gevallen kan ook een andere (redelijke) termijn worden afgesproken.
Als voor de realisatie van een bouwplan of project moet worden afgeweken van het bestemmingsplan, kan sprake zijn van planschade voor derden. Bij de vergunningenprocedures wordt in beginsel een planschadeverhaalsovereenkomst zoals beschreven in artikel 6.4a, eerste lid van de Wro afgesloten tussen de gemeente Gouda en de aanvrager. Indien de planschadeverhaalsovereenkomst niet bij de aanvraag is gevoegd, wordt een standaard planschadeverhaalsovereenkomst aan de aanvrager gestuurd met het verzoek deze ingevuld te retourneren.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.5.2