Naar hoofdinhoud
Artikel 2.10 van de Wabo geeft aan in welke situaties een aangevraagde omgevingsvergunning geweigerd wordt. Dit geldt onder meer als de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan, de beheersverordening of het exploitatieplan. Ook het ontbreken van een planschadeverhaalsovereenkomst (artikel 6.4a, eerste lid van de Wro) of een negatief welstandsadvies kunnen redenen zijn om een (bouw)vergunning te weigeren. Indien een vergunning geweigerd zal worden, zal dit vooraf aan de aanvrager worden meegedeeld. Als de aanvraag gaat over meerdere activiteiten, en er blijkt voor één of meerdere van de activiteiten sprake te zijn van een weigering, dan wordt in principe de omgevingsvergunning in zijn geheel geweigerd. Soms is het mogelijk om de omgevingsvergunning deels te verlenen, voor die activiteiten waarvoor zij niet hoeft te worden geweigerd (artikel 2.21 van de Wabo). Dat kan alleen als de aanvrager hierom verzocht heeft én als de activiteiten niet onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Ook mag de grondslag van de vergunningaanvraag niet worden verlaten. 7 Net als bij het buiten behandeling laten kan ook na een weigering een locatiebezoek gebracht worden door een toezichthouder om te controleren of de activiteit niet alsnog illegaal doorgang vindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel