Het Bouwbesluit stelt eisen aan duurzaamheid van nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen. Duurzaam bouwen wil zeggen dat zowel in de ontwerpfase, de bouwfase en de gebruiksfase als bij de sloop gekeken wordt naar energiebesparing, waterbesparing en besparing op (schaarse) materialen en hergebruik. Een duurzaam gebouw heeft een gezond binnenmilieu, levert weinig hinder op wat betreft licht, geluid en dergelijke, en leidt niet tot vervuiling zoals CO2-uitstoot.
Sommige concepten voor duurzaam bouwen, beheren en renoveren gaan niet alleen over afzonderlijke gebouwen maar ook over grotere eenheden zoals woonwijken.
Een belangrijk onderdeel van duurzaamheid is de energiezuinigheid, dat wordt uitgedrukt in de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). De bepaling van de EPC ligt vast in de norm NEN 7120 ‘Energieprestatie van gebouwen (EPG)’. Deze norm geldt voor zowel nieuwbouw van woningen als utiliteitsbouw. Deze en andere normen zijn opgenomen in het Bouwbesluit. Bij aanvragen om omgevingsvergunningen voor (nieuw)bouwprojecten voert de ODMH altijd een EPC-toetsing uit,
Indien door de gemeente strengere eisen worden gesteld aan de energieprestaties van bouwprojecten dan die welke het Bouwbesluit hanteert, wordt dit in een privaatrechtelijke overeenkomst met de projectontwikkelaar vastgelegd. Naleving van deze eisen maakt geen deel uit van (het toetsingskader van) de omgevingsvergunning, omdat alleen de eisen uit het Bouwbesluit wettelijk geborgd zijn.
Naast toezicht op de wettelijke eisen voert de ODMH projecten uit die met duurzaamheid te maken hebben. Zo kunnen gemeenten, projectontwikkelaars of aannemers geadviseerd worden over de energieprestaties bij woningbouwontwikkelingen, waarbij onder meer aandacht wordt besteed aan het basisontwerp en aan varianten in aanvullende maatregelen.
Deze projecten vallen echter buiten de reikwijdte van deze nota.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3