Het college kan een tegenprestatie opdragen als de werkzaamheden:
niet zijn gericht op toeleiding tot de reguliere arbeidsmarkt;
worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en derhalve niet leiden tot verdringing;
niet in strijd zijn met de doelstellingen van het plan voor de belanghebbende en arbeidsinschakeling niet in de weg staan.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.12