Naar hoofdinhoud
De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt per jaar bepaald door het college in het financieel besluit. Er wordt onderscheid gemaakt in alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag op grond van de artikelen 11 of 13, eerste lid van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. De bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari geïndexeerd. Het college volgt de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s.

Rechtspraak bij dit artikel