Naar hoofdinhoud
A Startsubsidie Startsubsidie wordt uitsluitend eenmalig per VE-kindercentrum in oprichting verstrekt aan een toekomstige houder van het betreffende toekomstige nieuwe VE-kindercentrum. B Uitvoeringssubsidie Uitvoeringssubsidie voor een reguliere kindplaats als bedoeld in artikel 3 lid 4, onder a en b wordt uitsluitend per kalenderjaar verstrekt mits de houder verklaart gedurende de periode waarop subsidieverlening betrekking heeft te voldoen aan de volgende eisen: De houder is verplicht te toetsen of ouders al dan niet recht hebben op kinderopvangtoeslag. Dit doet de houder aan de hand van de Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag in combinatie met een inkomensverklaring van beide ouders. De houder bepaalt voor iedere reguliere en/of doelgroeppeuter waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, aan de hand van door de ouders te verstrekken actuele inkomensgegevens en de VNG-adviestabel, de hoogte van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage; De houder brengt de uitvoeringssubsidie voor een reguliere en/of VE-kindplaats zoals vermeld in artikel 6 lid 2 in mindering op het door de ouders te betalen bedrag voor afname van een reguliere kindplaats of VE-kindplaats; Indien het verwachte verzamelinkomen van ouders wijzigt ten opzichte van het verzamelinkomen dat is aangegeven op de inkomensverklaring van de ouders, dan dient de houder in zijn administratie deze verklaring aan te vullen met documenten waaruit de hoogte van het nieuwe verwachte verzamelinkomen blijkt. Dergelijke documenten zijn: salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering, etc. Uit deze documenten dient te blijken dat de inkomenswijziging structureel is en ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan afname van een reguliere kindplaats of VE-kindplaats. De houder is verplicht bij wijziging van het inkomen van de ouders de inkomensafhankelijke ouderbijdrage van bedoelde ouders aan te passen. De houder houdt een administratie bij van de documenten aan de hand waarvan de inkomensafhankelijke ouderbijdrage van bedoelde ouders is bepaald. De houder bewaart de documenten uit sub f. tot drie jaar na afloop van het subsidiejaar en stelt deze beschikbaar aan de gemeente als de gemeente hierop een controle wil uitvoeren. De houder is verplicht om uiterlijk op de datum van de start van de te subsidiëren activiteiten op zijn website een overzicht van de geldende ouderbijdragen zoals bedoeld in artikel 7, die voor het betreffende (VE-) kindercentrum gelden, per inkomensgroep en per type kindplaats te publiceren. De houder dient ieder kwartaal per (VE-)kindercentrum aan het college te rapporteren welke aantallen reguliere kindplaatsen en VE-kindplaatsen zijn bezet. Hiervoor gelden de peildata 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober. Per peildatum dient de houder binnen twee weken de actuele cijfers aan de gemeente te overleggen. Zo nodig vindt er overleg plaats tussen de gemeente en de houder naar aanleiding van deze rapportages. De houder is verplicht aan het periodiek gemeentelijk VE-overleg deel te nemen. Uitvoeringssubsidie voor een VE-kindplaats als bedoeld in artikel 3 lid 4 onder c en d wordt uitsluitend per kalenderjaar verstrekt aan een houder mits: de houder verklaart, gedurende de periode waarop subsidieverlening betrekking heeft, te voldoen aan de eisen zoals bedoeld in lid 2 onder a t/m j; de houder op het betreffende VE-kindercentrum minimaal een aanbod van 960 uur VE per doelgroeppeuter tussen 2,5 en 4 jaar aanbiedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel