Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Verordening Burgeragenderingsinitiatief 2020

De raad beslist in de eerstvolgende vergadering na de datum van indiening van het verzoek of het burgeragenderingsinitiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de raad wordt geplaatst, met dien verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag van indiening van het verzoek en de dag waarin op het verzoek wordt beslist. Indien de raad het verzoek afwijst wegens strijd met artikel 4, onder a, kan de raad het voorstel doorzenden aan het bevoegde bestuursorgaan. Indien de raad het verzoek toewijst, dan agendeert hij het burgeragenderingsinitiatiefvoorstel voor de eerstvolgende vergadering van de raad. De voorzitter van de raad nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgeragenderingsinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgeragenderingsinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te lichten. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgeragenderingsinitiatiefvoorstel een besluit heeft genomen wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in “De Schakel” dan wel op een andere geschikte wijze. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan verzoeker.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel